Pittig bruintje op leeftijd

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Rodenbach wat uit het oog verloren was de laatste jaren. Dichter Albrecht Rodenbach kwam indertijd via de schoolbanken in mijn hoofd terecht als voedsel voor de geest. Zijn oom Alexander was de stichter van de brouwerij in Roeselare. Een stuk geestrijker dan Albrecht. En er was ook nog Georges Rodenbach, schrijver van onder andere Bruges-la-morte, en neef van Albrecht. Wie Rodenbach zegt, zegt Roeselare. Roeselare ademt Rodenbach uit: schrijvers en bier. Maar het waren niet de Blauwvoeterij of de Groote Storinghe die mijn aandacht trokken. Nee, het was het pittig bruintje dat op haar beurt de aandacht moest trekken op het bruine bier maar het degradeerde tot een ersatzproduct omdat het ideale, het pittig bruintje zelf dus, niet haalbaar was. Omdat de dame in kwestie alleen haar voor die tijd schaars geklede achterzijde bloot gaf, smaakte het naar meer. De voorzijde kregen we echter nooit te zien. Hoeveel dromen ook die richting uitgingen, ze verdwenen altijd op de bodem van een glas Rodenbach. Het publiciteitsbord blikte uitdagend over de omheining van het voetbalveld van KFC Roeselare. Dominant. In plaats van God ziet ons, hier vloekt men niet, waakte hier het pittig bruintje Rodenbach. Verlies of winst, ze bleef steevast op post. Rodenbach als troost of als symbool van de overwinning na hard knokken. Geen mens die wist wie het was. Het bleef een mysterie. Een goed bewaard geheim.

Tot….

Het was een eerder toevallige ontmoeting. Zij vroeg vuur, ik had geen vuur. Ik rookte niet, nog altijd niet. Maar ik heb vuur gezocht voor haar. Zo hoort dat. Ze dronk Rodenbach wat eigenlijk al opvallend was. Geen haar op mijn hoofd die aan verleiding dacht en juist dat maakte het zo gevaarlijk. Toen zei ze het: “ik ben het meisje van de Rodenbach”. Even dacht ik, dat zie ik maar toen besloot ik maar om even de wenkbrauwen te fronsen om meer te weten te komen. “Van de reclameborden”, gaf ze nog mee. “De blote rug”, vroeg ik haar? “Ja”, zei ze. Ik slikte. Ze had zeker vijfendertig ballen tegen haar lenden gekregen op het voetbalveld van KFC Roeselare maar daar had ze duidelijk geen last meer van. “Werk je voor Rodenbach”, vroeg ik? “Nee”, zei ze. “Ik was gewoon een model dat ze goed vonden.” “Je drinkt wel nog Rodenbach.” “Heb ik altijd gedaan”, antwoordde ze. “Je bent een mysterie”, zei ik. “Hoe bedoel je?” “Iedereen wil weten wie je bent, zoekt je.” “Weet ik maar ik had een afspraak met de brouwerij dat het een geheim zou blijven.” “Waarom zeg je het mij dan”, vroeg ik haar? “Omdat ik je niet ken en je aardig vind.” Ik keek haar aan. Ze had bruine ogen en lang bruin haar. Ik lachte. Zij ook. “Ben je echt een pittig bruintje”, vroeg ik haar? “Wil je het weten?” “Wat denk je”, repliceerde ik. Er was geen zure nasmaak. Ze had niet eens haar naam gezegd. Rodenbach had me tot het hoogste genot gebracht. In alle intimiteit. En dan was er alleen nog Rodenbach….

Begin deze week kreeg ik een folder in de bus:

Rodenbach presenteert…BK BBQ…in Torhout…gerijpt op houten vaten…

Hoe zou het met het pittig bruintje zijn, dacht ik. Waarom zou zij er na al die jaren ook niet bij zijn. Gerijpt maar niet op houten vaten. Smaakvol. Als het bier. Al was ik ook dat wat uit het oog of beter de mond verloren. Vroeger dronk ik het vaak als het hete zomers waren maar die hete zomers verdwenen. Het wat zure bier versloeg als geen ander de dorst. Van het nippen ging het naar een volle teug die zorgde voor een keel vol verkoeling. Pijn in het hoofd heb ik er ‘s anderendaags nooit van gehad. Niet dat ik me het herinner in elk geval. En van die andere zogenaamde bijwerking dat Rodenbach de darmwerking stimuleert, ben ik me nooit bewust geworden. Uien, bloemkolen en schorseneren eten, scoorden op dat vlak beduidend hoger. Waarom zijn onze wegen – Rodenbach en mezelf – dan uiteen gegaan? Is het niet het moment voor een vernieuwde kennismaking, vroeg ik me af? Het was toch een hete zomer. Zoals vroeger. Voorafgegaan door een strenge winter met weken van vrieskou. Het zal een goede zomer zijn, zeiden de mensen. En die hebben altijd gelijk.

Nerveus als een puber trok ik naar het BK BBQ in Torhout. Op zoek naar het pittig bruintje en Rodenbach. Tussen cowboys, dansende dames in bikini’s, Oklahoma’s, kleinkunstenaars en ontelbare muziekgroepjes zocht ik naar het pittig bruintje. Geen spoor. Moeilijk te vinden ook in een massa die vaak in de nevels van de barbecues werd gehuld. Vis, kip, varkensvlees, rundvlees, desserts, alles passeerde de revue. Ook Rodenbach. Eerst met mondjesmaat, gewenningsverschijnselen. Daarna gulzig. De ideale combinatie. Maar van het pittig bruintje nog altijd geen spoor. Te oud? Zijn we niet allebei te oud voor dergelijke escapades? Maar het blijft pittig, aantrekkelijk, de dames, het barbecue├źn, Rodenbach… Je zoekt twee zaken en vindt toch iets: het bier. Ook zonder het pittig bruintje loopt het smakelijk binnen. Zonder romantiek. Helaas. En bij de prijsuitreiking dacht ik ze even te herkennen: op een balkon met verrekijker. Gerijpt. Maar het was zinloos. Rodenbach wilde niet terug naar het verleden. Zelfs niet na zes of zeven glazen. Het zomergevoel blijft, de kleur van het bier ook maar het pittig bruintje niet. De vlinders in mijn buik waren verdwenen. Door eten en drinken. Er is geen weg terug dacht ik en ik ging nog eens naar de Rodenbachstand. Het vuur doofde, letterlijk en figuurlijk. Toen was er niets meer. Geen verleden meer. Rodenbach is gemoderniseerd. Gelukkig maar want nu ben ik gelukkig getrouwd.

Toen viel mijn blik op een folder voor een brouwerijbezoek. Zou ze daar werken, vroeg ik me af? Afspraak gewenst…. Zeker weten, dacht ik.